Op 40 minuutjes rijden van Salento ligt Filandia, een toeristisch dorp met zo’n 12.600 inwoners. Onze taxi stopt pal in het centrum voor een open dubbele deur waarboven een klein zwart bord hangt waarop in sierlijke letters Hotel Filandia geschreven staat. Carolina, een jonge meid van een jaar of 23 ontvangt ons heel vriendelijk. We hebben 2 nachten geboekt voor 220.000 peso, 60 €, maar we krijgen een hogere rekening voor onze neus. ‘Extranjeros hoeven helemaal geen belasting te betalen” en ik laat haar op mijn telefoon de rekening van booking.com zien. De poetsvrouw steekt haar hoofd door een deur. “Sí, eso es!” roept ze. Carolina belt tevergeefs met de eigenaresse. Ze legt uit dat booking.com twee prijzen heeft en verwijst naar het briefje dat aan de muur geplakt is. Inderdaad, sommige accommodaties zetten hun prijzen inclusief belastingen en toeslagen. Andere doen het exclusief en rekenen de taks niet door aan buitenlandse toeristen. Carolina laat mij nerveus het totaalbedrag op haar telefoon zien. Ze is vrijwilliger en wordt hier erg zenuwachtig van. Ik besluit het volledige bedrag maar te betalen en zeg erbij dat ik bij Booking.com een melding maak, plus in de review zet. We waren al gewaarschuwd voor dit soort praktijken, maar het is de eerste keer dat we het zelf meemaken.
Onze grote kamer is brandschoon en comfortabel hoewel er geen daglicht naar binnen stroomt. In de douche is er wel een raam dat uitkijkt op de overdekt tuintje met kunstgras en een koepeltentje met matrassen en slaapzakken. Zouden ze daar ook gasten stallen? We maken kennis met Andrea, ook een vrijwilliger, uit Argentinië. Zij en Carolina werken hier volcontinu in ruil voor inwoon; de eigenaresse is met vakantie in de VS.
Filandia is net zo planmatig en kleurrijk opgezet als alle dorpjes in de Cordillera Central van de Andes. Ook hier alles in de kerstsferen. Onze ‘carrera’ is, heel handig, het eind- en beginpunt voor de bussen en komt uit op het plein waar de willies staan. De plaza is omringd met mooie grand cafés, bars, restaurants en snackbars, voor elk wat wils. Ik loop de imposante kerk in; de kaarsjes hier zijn dubbel zo duur dan elders… Het winkelstraatje met malls en gallerijtjes ontbreekt niet. De sfeer is anders in Filandia, al kan dat ook liggen aan het weer en/of het feit dat de kerstdagen achter de rug liggen. Het regent vaak en dan ook pijpenstelen.
We hebben veel straathonden en -katten gezien; het gros van de Colombianen gaat er diervriendelijk mee om. De zwervers lopen bietsend en stofzuigend door een foodhall of een restaurant; soms worden ze weggejaagd, eventueel met een watersproeiertje. Een enkeling is mager en sommigen zijn obees. Hier niet… In Filandia vind je geen hond in eetgelegenheden of bij de vuilnisbakken. Naast het kruideniertje op de markt staan er dagelijks 2 afwasteiltjes tot de nok gevuld met brokken en met water. Zou dat gesubsidieerd worden via het kaarsengeld? Als de reutjes dan ook nog eens gesteriliseerd worden…
Voor de lekkere trek en honger is er opvallend veel keuze. Elena Adentro serveert internationale gerechten en zit stampvol, maar er komt een tafel voor twee vrij. Heel gezellig en lekker hier, en voor het eerst nemen we een toetje toe: glutenvrije chocoladetaart. We likken onze vingers erbij af. Toevallig lopen we langs een restaurantje met een sfeervolle patio, Bakuru, waar je Colombiaanse gerechten uit ‘el pacifico’ kan eten, de langgerekte kust aan de Stille Oceaan. We doen ons te goed aan de gerookte tonijn en als we ooit weer Filandia aandoen, staat Bakuru in onze must-do lijst!
Bij ‘la oficina de información turística’ vraag ik naar de mogelijkheid voor een privé rondleiding op een koffieplantage; alle tours combineren een koffieplantage in een dagprogramma en dat is niet wat we willen. De aardige dame belt señora Jenny en geeft mij haar nummer. “Meldt u haar wanneer u zou willen komen.” Ik stuur mevrouw Jenny een uitgebreide, formele app; op de profielfoto ziet ze er gedateerd uit. Geen antwoord, noch vrijdag, noch zaterdag, noch zondag. We gaan er niet hier voor blijven; koffieplantages zijn niet nieuw voor ons.
Van Italiaanse Valeria in Jericó weten we dat Western Union het goedkoopste is voor een geldopname. Fer heeft een account aan- en 500 euro overgemaakt en die ga ik nu innen. Op het hoekje van de plaza is er een soort postkantoor, hemelsblauw geverfd. Achter de balie zit een flinke jonge man. We sluiten aan in de rij en als we aan de beurt zijn toon ik de bevestigingsmail van Western Union en moet ik mijn paspoort afgeven. “Necesito una copia” zegt de jongeman. Het winkeltje waar ze een kopieerapparaat hebben is 26 meter verderop en het is zo gepiept. Terug in de rij. Eindelijk is het onze beurt en de jongen typt met zijn lange, blauwgelakte nagels de toetsen in. Ik krijg een papiertje voor mijn snufferd waarop ik mijn vingerafdruk moet zetten. Hij doet een telefoontje en tikt verwoed verder. Kijkt met gefronste wenkbrauwen. Doet weer een telefoontje. De wachtenden achter ons zijn inmiddels verdwenen. Na een uur plafondstaren krijg ik de mededeling dat ik over een uur terug moet komen, dan is het geld er. Hij loopt met ons mee naar buiten, mijn vingerafdruk in zijn hand.
Geen nood, in Filandia staat de mirador Colina Iluminada, aan de rand van het dorp. Gelukkig is het droog. We sprinten er naar toe, betalen de seniorenprijs en wandelen tot we bij het bouwwerk aankomen: een houten toren met 244 treden en 5 platformen. Het is een klim maar dan heb je ook een mooi panorama dat wat weg heeft van hobbitland. Een dik uur later staan we weer bij Western Union in de rij. Er staat iemand af te ronden voor de balie en dan zijn wij aan de beurt. De jongen knikt, frunnikt aan zijn oorbel en begint weer te typen. Bellen, typen. Bellen, typen. Bellen, typen. Hij is hypernerveus. Na welgeteld 62 minuten krijg ik mijn kopie paspoort terug en meldt ie ons dat het hier niet gaat lukken… we moeten naar Armenia of Perreira. Die nacht ben ik er toch mee bezig… wat als… 2.361.000 pesos is een miljoen meer dan het minimumloon… hij heeft alle gegevens en mijn vingerafdruk… Fer checkt het op zijn account: het staat er nog allemaal op! Gelukkig! Gaan we het proberen in Santa Rosa de Cabal.