Het is pikdonker als we in Guatapé aankomen. We stappen uit bij het busstation in en lopen in 10 minuutjes via de boulevard naar Hostal Lake View. De restaurants zijn al aan ’t sluiten. We worden vriendelijk onthaald door José. We hadden al app contact gehad over ons late tijdstip en mijn ervaring is dat er dan al een glimlach staat bij binnenkomst en dat de handen hartelijker worden geschud. We hebben een mooie kamer met balkon en met uitzicht; we willen feestelijk het oude jaar uit en het nieuwe in! We moeten echt wat eten en de populaire snackbar waar we langsgelopen zijn is nog open. “Buenas noches! Dos águila por favor, un perro caliente de la casa y una salchipapas.” We gaan er helemaal voor met 2 biertjes, een hotdog van het huis voor Fer en ‘loaded fries’ met stukjes knakworst, ijsbergsla en vette sauzen voor mij. In alle adviezen staat dat je best geen rauwe groenten eet, maar alle kraanwater in Colombia is drinkbaar en we hebben t.n.t. geen klachten over de hygiëne. Er komen nog steeds mensen op het terras zitten om wat te snacken. Naast de snackbar is er een deur waar druk in- en uitgelopen wordt. Op de hoek staat een graafmachine waar ze vandaan en naartoe lopen met emmertjes en sponsen: ze zijn het gevaarte aan het wassen. Bijzonder…
Ons hostel heeft een gastenkeuken op de parterre, fijn voor onze ontbijtjes met aangeklede yoghurt. Boven is er een dakterras met Thais restaurant. We gaan op verkenning. Een mooi uitzicht, het water staat erg laag. Het ziet er gezellig uit maar het leeft niet… het restaurant is potdicht. In de lege keuken staan mensen te kletsen: een Venezolaans stel uit Miami die op bezoek zijn bij zijn zoon die in Lake View werkt. We raken aan de praat. Mariana vertelt dat de meerarm na de Covidcrisis een aantal jaren droog stond… Van ‘lake view’ was geen sprake meer en de gasten bleven weg. De Amerikaanse eigenaar heeft noodgedwongen het restaurant opgedoekt. Crisis op crisis… Marcello vertelt dat alle personeel in het hostel Venezolaans is. Zijzelf kunnen ook niet terug naar Venezuela en zijn in Colombia om een woonplek te vinden. Weg uit Miami, weg uit de VS, duidelijk geen Trump-fans.
Guatapé ligt op 1925 meter hoogte en is gelegen aan een stuwmeer, het ‘Embalse Peñol-Guatapé’. Het gemoedelijke dorpje telt zo’n 6000 inwoners; een hechte gemeenschap die van oudsher leeft van het toerisme met alles wat erop en eraan hoort. Op de boulevard staat er een kleine vaste kermis, en de vissers- en rondvaartboten liggen klaar voor vertrek. Mobiele kermisattracties zijn er ook, zo pikt iedereen een graantje mee. De huizen in het oude centrum zijn kleurrijk en voorzien van kleine tafereeltjes in reliëf. Stuk voor stuk juweeltjes, kunst. Ode aan de ‘zócalo’, de metselaar, met een toepasselijk standbeeld. Prachtige ‘motochivas’ doorkruisen dorp en omstreken. Een motochiva is een tricycle ala chiva*, rijdende kunstwerkjes. In het parque central staat een hele grote fontein voorzien van veelkleurenlicht en is er een groot podium opgetuigd. Het hele plein is, heel fijn, overdekt met een enorme tarp; het weer is niet zo stabiel in deze tijd van het jaar.
Guatapé stroomt vol. Oudejaarsdag is reden voor een feestje. We zitten op een terrasje aan ‘el parque’ als de carnavalstoet passeert. Hele groepen verkleed in leuke thema’s als maanlanders, bloemen, rimboedansers, baby’s, dienstmeisjes compleet met koffiekar, een bruidspaar en niet te vergeten de heksenkring met duivel. De schone graafmachine is omgetoverd in een grote vogel. Een man verkleed als balletdanseresje loopt met roze outfit, het strakke hemdje krult zijn harige, dikke pens bloot. Iedereen beweegt op de swingende muziek die, halleluja, niet zo achterlijk hard staat. Hier hebben ze duidelijk geen last van gehoorschade. Overal lachende mensen en spuitbussen met schuim. Politieagenten zijn gewapend met een spuitbus en nemen wraak. Ook de soldaten zijn niet veilig. Het is een dolle boel! Bij het podium is de finale… en de winner is… de baby’s!!
’s Avonds is er een knalfeest op het plein. Een grote band met zangers, blazers, snaren en toetsen staan garant voor de latin dance en er wordt luidkeels meegezongen. We hebben ons laten vertellen dat in Colombia iedereen, ook de jongens die er eigenlijk geen zin in hebben, aan de dansles moet en dat zie je op het plein terug. De schuimbussen doen nog steeds mee, ook hoedjes, slingers, brilletje, snorren en andere geinige carnavalsspullen. De ambiance zit er goed in. Voor de kerk wordt een vreugdevuur aangestoken. De fik zit ook daar goed in als het aftellen begint en als de eerste slag van de kerkklok over het dorp schalt juichen we met zijn allen. Knallers, kussen en handen schudden en verder feesten. We dansen tot de band ermee ophoudt, om half vier. Zo’n leuke oud-op-nieuw hebben we jaren niet gehad!
*chiva: prachtig beschilderde open 4×4 bussen, zie blog ‘Van Jardín naar Jericó’
De trekpleister in de omgeving is ‘La piedra de Peñol’, een granieten eilandberg met scheuren. Het hoogste punt is 2.135 meter boven zeeniveau. Samen met de dam maakt de rots deel uit van het Colombiaanse erfgoed. De Tahamies-indianen, de oorspronkelijke inwoners hier, aanbaden de rots die ze ‘Mojarrá’ noemden. Het terrein en de berg is privébezit van de familie Villegas en werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw voor het eerst beklommen. Naar verluidt hebben ze er twintig dagen over gedaan! Luis Villegas maakte de rots in de jaren zeventig openbaar en in een van de scheuren werd een trap naar de top geconstrueerd. Guatapé en El Peñol betwistten de rots. Destijds en heden ten dage is het Guatapees grondgebied, maar daarvoor was de grond Peñolees en El Peñol ontleent zijn identiteit aan de steen die ook ‘La Piedra de Peñol’ heet. Guatapeërs (burgemeester en eigenaar) besloten om er in grote letters Guatapé op te laten kalken. Peñollers kregen daar lucht van en trokken massaal naar de rots om het schilderen te stoppen. Je mag namelijk volgens wet 23 (1973) geen enkele natuurlijke toeristische plek beschilderen of doorstrepen. De G en een deel van de U zijn de stille getuigen van het debacle.
Onderweg met de motochiva is ze in de verte al te zien, een enorme bult midden in het landschap. We rijden de berg op, stappen uit bij de slagbomen, en moeten nog een stukje ophoog lopen voor de kassa. Er is een heel pretpark omheen gebouwd met souvenirs, cafés en restaurantjes, zonder uitzondering met uitzicht. Het is nieuwjaarsdag en het is druk. Eerst nog even toiletteren. De monoliet is 285 meter hoog en telt 740 treden. Voor het gemak staat er elke 10 treden een cijfer op de trap, je zou zomaar de tel kwijtraken. Hop met onze grijze koppen tussen de hijgende klimmers, blik op oneindig en af en toe stoppen om op adem te komen en te genieten van het uitzicht. Onderweg staat er een Mariakapelletje waar intens gebeden wordt, ik sta er ook even stil. We bereiken de top binnen de aangegeven tijd van 15 minuten, in 12 minuten hebben we het geflikt, bravo! Deze trekpleister geven we een 10: het uitzicht is fenomenaal!











