‘Caminos Reales’ zijn de pre-koloniale paden in Colombia. Wij willen de camino real van Barichara naar Guane bewandelen. De camino door de cañon del río Suárez is aangelegd door de Guane-indianen en later gereconstrueerd door Geo Van Lengerkerke, jaaa, Don Geo met zijn blauwe ogen. Het is alweer na elven als we met flesjes water en boterhammen in onze knapzak naar het centrum wandelen. Wandelen in de middaghitte… we vinden het nu al te warm… beter van niet. Na eerst nog een lekkere kop koffie stappen we in de bus naar Guane. Guane is het Móncora van vroeger, een plek die door de Spanjaarden werd uitgekozen om de overlevenden van de inheemse Guane-bevolking te concentreren en indoctrineren. In 1610 werden de gedecimeerde stammen, bannelingen die de pokken hadden overleefd, gedeporteerd naar Móncora. In 1622 werd de parochie gesticht. 134 Inheemsen werden gedoopt, waaronder de laatste opperhoofden van de Móncora, Coratá, Chuaguëte en Macaregua. In 1751 arriveerden de overgebleven 13 indianen van Chachón (nu Socorro), samen met het schilderij van Santa Lucía afgebeeld als een inheemse maagd.
Na een mooie rit van 20 minuten zijn we er. Guane ligt wat lager, op 885 meter hoogte, en telt circa 420 inwoners die leven van de landbouw, veeteelt en/of kunst. We stappen uit voor de kerk die uit 1786 stamt. Er zijn slechts enkele mensen te bekennen, van wie drie toeristen. Meteen maar die trappen omhoog op verkenning. De ‘Parroquía de Santa Lucía’ is een mooie, eenvoudige kerk gewijd aan de Heilige Lucía, de patroonheilige van de oogzieken. In de betraliede kapel staat de Heilige Lucy met in haar linkerhand een kelk met 2 ogen erin. Voor de tralies hangt een kastje met zilverkleurige miniaturen van oogmaskertjes, te koop in het houten winkeltje met religieuze artikelen en souvenirs naast de kerk. Tegenwoordig is Guane met haar Santa Lucía een bedevaartsoord. Op haar feestdag, 13 december, en tijdens de ‘Semana Santa’ (paasweek) lopen de pelgrims vanaf Barichara de camino real en bidden tot de heilige voor genezing van hun (oog)ziekten en om de ogen van hun pasgeborenen te zegenen.
De plaza van Guane staat vol met beelden waarin al dan niet fossielen zijn verwerkt. We kopen een soda bij het kruideniertje en eten onze boterhammen op een bankje in de schaduw van een palapa in het parque central. Op een ander bankje zit een gezette man met een oranje fluorescerend hesje over zijn grijze T-shirt. Hij heeft zijn lunch net op, lijkt het. Een dorpsgenoot met een touwtas en een fles wijn in de hand maakt een praatje met hem. Dan richt ie zich tot ons. Hij houdt ons een fles wijn voor onze neus. “Vino de calidad de aquí” zegt ie, “erg goed.” Dat geloven we graag, maar we zien het niet zitten om de lokale kwaliteitswijn mee te sjouwen op onze wandeling naar Barichara. Jammer! Er komt een auto aanrijden. De functie van de man met het hesje wordt ons gelijk duidelijk. Hij springt op, sprint naar de straat en begint met zijn armen zwaaien. De auto parkeert naast het plein en de verkeersleider gaat weer zitten op zijn bankje. Hij springt nog een enkele keer op, veelal voor toeristen met en zonder gids, maar het is rustig zegt ie, het is lunchtijd.
We slenteren door het piepkleine dorpje. Voor verschillende huizen liggen fossielen te koop, in alle maten. Miljoenen jaren geleden was het hier zee. Een man, een van de weinigen dorpelingen op straat tijdens het middaguur, wijst ons de weg naar ‘el mirador’ over de kloof van de Suárez rivier. Kleurrijke slingers en een open restaurant voor een heuphoge muur en een mooi uitzicht. Heel rustgevend hier, ik zou zo een dutje kunnen doen. Verder struinen door de straatjes tot we weer op de plaza komen. Het Archeologisch en Paleontologisch museum is dicht deze dagen. Jammer! Twee kleine winkeltjes verkopen Sabajón en andere lokale lekkernijen. We proeven verschillende smaken, het heeft wat weg van Baileys en we nemen een klein flesje sabor café mee, met koffiesmaak. Bij een mercadito (kruideniertje) kopen we nog een fles ‘Electrolytes’ (oral rehydration salts) en starten de trail.
De camino real van Guane naar Barichara gaat bergop. De tijd dat ik als roker de Inca Trail liep, langzaam en moeizaam hijgend omhoog en dan huppelend als een dartele jonge hinde omlaag, die tijd ligt ver achter me. Tegenwoordig bevalt mij het stijgen meer dan het dalen. De wandeling is goed te doen, het is droog geweest de laatste week. De wetenschap dat je op zo’n oeroud pad loopt, eeuwen geleden door indianen en hun paarden aangestampt, doet iets met me. We komen een gedenksteen tegen, met bloemen en een kruis. De man van 76 heeft op deze plek het aardse voor het hemelse geruild. Ik ken de omstandigheden niet maar op onze aarde zijn er slechtere plekken om te overlijden. Ik loop van schaduw naar schaduw en drink regelmatig een slok van mijn fles Electrolytes. Ik druip van het zweet. We komen welgeteld vier keer een koppel tegen waarvan zes buitenlanders; die doen de route omlaag. Onderweg is er een barretje met fantastisch uitzicht. Natuurlijk gaan we hier wat drinken, al was het alleen maar om de gelegenheid in stand te houden. Fer gaat in de hangmat liggen, zijn favoriete plek, en we lessen onze dorst met een verfrissende limonada natural. Daarna is het even dalen tot de doorgaande weg om daarna steil omhoog de berg op te klimmen, de laatste 200 meter. Vlak voor het eindpunt passeren we Onze Lieve Vrouw op een gemetselde stapel stenen. Er staan 3 kleine beelden geknield om haar heen. Zou hier de rots zijn waar Santa María in 1702 verschenen is? Met deze mooie gedachte bereiken we na ruim tweeëneenhalf uur Barichara.
Mika is terug van weggeweest. Hij is vannacht aangekomen met het openbaar vervoer vanuit Bogota. Ik zie hem als hij het karkas van hun mascota zoekt, ik moest het laten liggen zodat ie het zelf kan zien. Het is een hartelijk weerzien! Vanavond komt hij bij ons eten. Fer kookt: spaghetti carbonara met een gemengde salade. Zoals een Fransman betaamt neemt hij goede wijn mee: bubbels! Dat is lang geleden! We kletsen over de kaaslanden Frankrijk versus Nederland: “Honderden soorten meer dan bij jullie” stoeft ie. Wij daarentegen scheppen op over onze boerenkazen, daar is niks mis mee! Het is een lekkere en genoeglijke avond.
We nemen afscheid van Mika. “We keep in touch!” klinkt het van beide kanten. Morgenvroeg vertrekken we naar Villa de Leyva; dat wordt een hele zondag bussen!
Wat een leuke blogspot weer tien en Fer!!!
En wat doen jullie veel! Mooi dat het lukt om af en toe rustdagen te pakken!
Ik ben wel eens jaloers maar Aat wil zelfs met de caravan niet buiten Nederland reizen.
Maar ik ga zonder hem wel naar Barcelona en Puglia!
Nog veel plezier de komende laatste weken!!
Liefs Ieneke en Aat