Alle berichten van Tineke

Barichara

Voor de ‘conquista’ woonden de Guane-indianen in het stroomgebied van de Río Chicamocha en de Río Suarez. Boven de kloof van de Río Suárez ligt Barichara, op 1300 meter hoogte. Het dorp is in 1705 opgericht door Francisco Padilla y Ayerbe, op de plek waar drie jaar daarvoor een boer op een rots een Maria-verschijning ontdekte. Geplaveide straten met fraaie doorkijkjes. Witgepleisterde huizen, houten balkonnetjes en rode dakpannen. De kerk (nu kathedraal) van zandsteen, goudgeel. In 2010 werd Barichara tot ‘Pueblo Patrimonio’ (erfgoedstad) verklaard om wille van zijn geschiedenis, architectuur en toeristisch potentieel. Het dorp ligt op 1300 meter hoogte en heeft een aangenaam klimaat. Er wonen zo ’n 8.500 mensen, inclusief import.

Met Uber, bus en taxi, die laatste omdat Fer er helemaal genoeg van heeft, bereiken we het glooiende dorp in de bergen op 20 km van San Gil. We stappen uit bij het parque central en ik bel Mika, de gastheer van Casa Caucho, onze homestay. We spreken af in Café Barachá Artesanal, het knusse cafeetje waar we voor staan en gaan zitten in de patio. Eerst maar even een moccachino en een americano. Het is 17:05 als Mika komt aanlopen; hij is net klaar met werken. We maken kennis en hij vertelt dat ‘onze’ badkamer buiten de slaapkamer staat en dat het huis op een kwartiertje lopen van het centrum is. “Ningún problema” zeg ik. Ik ben heel moe van het reizen en de laatste drukke dagen en zie het niet zitten om weer naar een betaalbare accommodatie te zoeken. Barichara is duur in het hoogseizoen.

We stappen in een tricycle en Mika legt de weg uit aan de jonge chauffeur; hij gaat zijn motor halen en komt achter ons aan. We rijden het centrum uit richting Villanueva. Bij een onbemande bewakingspost rechts rijden we het ongeplaveide pad in naar beneden en passeren aan de rechterkant een stuk of 6 grote villa’s met dito tuinen. Tegelijk met Mika stoppen we op het einde van het pad. 50 Meter verderop staat er een cabaña en links van ons staat het woonhuis, beide met een eenvoudige layout in de stijl van het dorp, voorzien van bruine houten luiken en dito deuren. We lopen achter Mika aan via het smalle pad tussen de bloemen en planten naar het grote terras. Mika opent de deuren et voilá, een grote woonkamer en open keuken. Links bij de deur hangt er een gordijn. “Daar is jullie badkamer” zegt ie terwijl hij het gordijn opzij schuift. Er staat een wastafel en achter een deur staan douche en toilet. Achter de keuken, naar rechts, is onze kamer, mooi en groot. Het bed is enorm… dat is heel lang geleden! Hij opent de luiken; vrij uitzicht op de tuin en het achterland. “En de keuken en woonkamer zijn van ons allemaal” meldt ie terwijl hij zijn armen breed uitstrekt. Fijn! Ik wil alleen maar rust, en in dit sfeervolle huis komt dat helemaal goed. Het huis waait lekker door; het heeft geen vensters. Marta, de vrouw des huizes met mooie grijze lange haren, komt thuis. We schudden handen, heel hartelijk. Het is leuk, we zijn leeftijdsgenoten.

Volgens Marta zou Shambalá wel eens glutenvrije pasta kunnen serveren. “Als jullie naar  de weg lopen, komen de blaffende honden van de buren naar je toe” zegt Marta, “je moet maar schoppen als ze te dichtbij komen.” “We zijn niet bang voor honden” zeg ik. Marta ook niet, totdat ze vorig jaar bij een B&B in een boerderij door vijf honden is gebeten… ze had zes bijtwonden die gehecht moesten worden. Ze wijst het litteken aan in haar gezicht. “Deze is de enige die geen verdere problemen heeft gegeven,” vertelt ze, “de andere wonden gingen moeilijk doen, ik kreeg een heel dik been dat nu pas, een jaar later, weer redelijk normaal is. Ik slik nog 3 keer per dag verschillende medicijnen; ik kom van 6 keer… zit al een jaar thuis…” Heftig!!! Ze heeft geen aanklacht ingediend of smartengeld geëist; de eigenaren hebben alle doktersrekeningen en medicijnen betaald. “Geen idee wat er met de honden is gebeurd, ik ga er nóóit meer naartoe!”

We wandelen naar de doorgaande weg en inderdaad, drie honden komen ons luid blaffend tegemoet, 2 grote zwarte en een wat fijnere kleine rosse met een schelle blaf, alledrie asemmers schat ik. We lopen gewoon door terwijl we met zachte stem tegen ze praten en ze taaien af. Door bos en veld, langs huizen en hotelletjes het centrum in. Onderweg passeren we een mini mercado (kruiniertje) waar we 2 kleine bakjes yoghurt en 2 bananen kopen voor ons ontbijtje morgen; havervlokken en noten hebben we nog in voorraad. Bij het plein slaan we naar links carrera 7 in en een krappe 54 meter aan onze rechterhand ligt Shambalá. Er zijn 3 van de 6 tafels vrij in het sfeervolle restaurantje dus plek zat. Glutenvrije pasta hebben ze niet, jammer, ik smacht naar spaghetti. Dan maar ceviche, dat ’s altijd goed. Mijn carnivoor gaat voor de lomo chimichuri, ossehaas met groene en pikante kruiden in olie, ook geen slechte keuze. Het smaakt uitstekend! We kletsen wat met de kok/eigenaar; hij wil best wel glutenvrije pasta koken als ik het meeneem. Dat is fijn om te weten. We doen nog even de plaza. Een galerie op de hoek is nog open. Het is de Fundación Baricharte, waar elk jaar een nieuwe internationale uitwisseling van beeldende kunst, literatuur en cultuur plaatsvind, met activiteiten en workshops voor alle leeftijden. Baricharte is gevestigd in een groot, koloniaal gebouw met een grote patio met verschillende expositieruimtes op verschillende verdiepingen. We slenteren er doorheen en regelmatig vangt een beeld, schilderij of object onze blik. Interessant en mooi! Dit blijkt editie 17: ‘XVII Salón Baricharte Internacional’ staat er op de naamkaartjes van de desbetreffende kunstenaar. Kuifje en Bobbie hangen in de grote zaal, statig koloniaal, geschilderd door Daniel Ortega Tamano met olie op linnen. ‘Sín titulo’, zonder titel.

Barichara is net zoals alle andere dorpen en stadjes in carré gebouwd, met calles en carreras en huizen met patio ’s die ver naar achteren doorlopen. Naast de kathedraal van de Onbevlekte Ontvangenis op de plaza zijn er nog 2 kerkjes: de kapel van de Wedergeboren Jesus waar, op het moment dat wij er langskomen, een begrafenismis is, en de Kapel van Santa Barbara die op dit moment als galerie dienst doet. Het toerisme is gekomen maar heeft het piepkleine stadje niet aangetast. Er zijn een aantal leuke toeristenwinkeltjes verdeeld over het dorp. Souvenirwinkeltjes, kleding en schoenen, honing, koffie. Een handje vol kunstgalerijen en ateliers. Een stuk of twee kleine touroperators. Plus een gezond aantal aangename restaurantjes en cafés waar je heel lekker kan eten. Terrasjes vind je op de patio ’s en het plein naast de kathedraal. Er zijn kneuterige groentewinkeltjes en volgestouwde supermarktjes. In de wat grotere winkels van sinkel staan er tafels en stoelen waar dorpsgenoten hun cerveza drinken. En er is een D1, een betaalbare landelijke supermarkt. Alles ademt pais en vree. Geen schreeuwende uithangbordjes, nergens een reclamebord. Geen luidruchtige toeristen, geen toeristenlokkers. Nergens keiharde muziek en geen happy hours. Alles is gedoseerd, in evenwicht. In de taal van de indianen betekent Barichara ‘plaats om tot rust te komen’. Het dorp doet deze naam nog altijd eer aan.

Mika is een gids, een Franse gids die, getuige de lonely planets in de boekenkast, al op ettelijke populaire en minder populaire plekken in de wereld gewerkt heeft. Hij is nu 16 jaar in Colombia en gidst zowel Franse en Engelse als Spaanse toeristen. Hij geeft ons tips over de omgeving, da ’s heel fijn. We wandelen op ons dooie gemak door Barichara naar het uitzichtpunt. Een koffietje hier, een jugootje daar. Op de terugweg lopen we langs Charcutería Estilo Gourmet, een piepklein restaurantje met 3 tafeltjes en een kleine koelvitrine. Toch even naar binnen piepen: tussen de bacon, serranoham, salami, pecorino en parmesan, mozarella en burrata, ligt er blauwe kaas! Heerlijk! Intussen bestudeert Fer het menu. “Tien, ze hebben hier glutenvrije pizza en pasta!” Joepie! Barichara wordt nóg aantrekkelijker! Dat wordt vanavond pasta en morgen pizza!

Marta is advocate van beroep; sinds de hondenbeten doet ze het huishouden en leest heel veel. Een eenzaat die in de jaren dat ze hier wonen niemand van het dorp kent maar wel twee importvrienden heeft. Als wij er zijn koken en eten ze ieder voor zich en zitten ze vaak op het terras. Toch koken ze ook wel voor elkaar, horen we. Mika heeft een puberdochter van een jaar of 12 die bij haar moeder in Santa Marta woont. De zoon en dochter van Marta zitten in dezelfde leeftijdscategorie als die van ons. Ze hebben elkaars kinderen nog nooit live gezien… “Het is sowieso al moeilijk, dus we houden onze vorige levens compleet gescheiden” zegt Marta nadat ze het een en ander heeft verteld over haar dochter. Als ze het over haar zoon heeft gaat ze stralen. “Hij is zo knap” zegt ze, en ze laat me een foto van hem zien. Dat moet ik beamen; hij heeft wat weg van Jesus, althans zoals de katholieke kerk Gods’ zoon verbeeld, en is nog altijd vrijgezel. Haar kinderen wonen allebei in Manizales. Daar in de buurt hebben Mika en Marta een finca met een koffieplantage; ze gaan er in de nabije toekomst wonen. Het huis en het vakantiehuisje in Barichara staan op op booking en op de site van ‘home exchange’; met de punten die dat laatste opbrengt kunnen ze wereldwijd terecht. Leuk, het maakt hun reizen betaalbaar. Maandagochtend vertrekken ze naar Bogota. Mika viert er vakantie met zijn dochter en Marta logeert bij haar nicht en vertrekt later in de week naar Manizales. Het huis gaat dan op slot en wij moeten eruit. Wij willen diezelfde dag naar Villa de Leyva en kunnen meerijden tot Tunja. Wat fijn!

Het is zondag en de cabaña komt vrij; de kerstvakantie is afgelopen en de scholen beginnen weer. Mika en Marta zijn druk met schoonmaken en sjouwen een zware bank terug naar hun huis. We helpen ze een handje en krijgen een rondleiding. Mika heeft het huisje zelf ontworpen en ik ben vooral onder de indruk van de badkamer waar anderhalve meter muur ontbreekt: de douche staat buiten, met een ronde muur van dikke stenen eromheen. “Willen jullie nog wat dagen hier blijven?” vraagt Mika onverwacht. Hmm, dat klinkt aanlokkelijk, een tijdje hier in dit huisje. Ik ben in ieder geval nog niet uitgerust… Dan moeten er wel dingen uit het reisschema geschrapt worden maar dat vinden we allebei geen probleem. We hoeven er niet lang over na te denken; de prijs is redelijk en we blijven nog een volle week. Iedereen blij!

We klooien, tutten, koken, werken (vooral Fer dan: hij is zijn cursus astronavigatie aan ’t slijpen) en hangmatteren. We doen boodschappen in het dorp, dwalen wat rond en drinken koffie of  jugo natural in een van de gezellige cafés. In Casa Común, een achteraf winkeltje/lunchroom waar alleen lokale producten verkocht worden, halen we het heerlijke glutenvrije brood op dat ik via een QR-code online bestel bij bakker Felipe. We kijken Spaanse films op Fer ’s laptop. Het is heel fijn om even niet uit te hoeven zoeken hoe we ergens komen, waar we gaan slapen, wat we gaan doen en waar we gaan eten. Het is heerlijk om niet aldoor het woord te moeten doen; Fer spreekt geen Spaans. We zitten in rustig vaarwater deze week, lekker cocoonen, ik kom helemaal bij!

We wandelen naar Villanueva, een mooie route van om en nabij twee uur. Het dorpje zelf valt erg tegen, maar naast de grote kerk bij het parque central is er een gezellig terrasje. Ik loop naar binnen om te bestellen; ze moeten het duidelijk van het terras hebben. Vijf minuten later zet de jonge meid een flesje ginger ale voor Fer en een chemisch goedje voor me neer: een hoge pint gifgroene emulsie… handmade mango soda klinkt lekker maar dít had ik niet verwacht… Het smaakt zoals het eruit ziet, en er zitten allemaal balletjes onderin die knappen als ik ze met mijn tong tegen mijn gehemelte plet. Apart… heel apart, niet voor herhaling vatbaar. Nog ff de grote kerk in. Te zien aan het witte stukje boord in hun kraag loopt er een grote groep jonge pastoors naar binnen. Na het ritueel van de kaarsjes bij Santa Maria de Guadeloupe, hier in de vorm van elektrische rode vlasbloempjes, lopen we het plein op voor vervoer terug naar Barichara. “Tricycle?’ roept een van de jongens die op een parkbankje in de schaduw zitten. “Yep!’ Gejuich op de bank; toeristen gaan gegarandeerd naar Barichara, een lange trip, kassa! De jongen staat op en krukt met ons mee naar de voorste tricycle; hij mist een been.

Bij het douchen hoor ik ineens dichtbij geritsel in de bladeren. Veel geritsel. Ik kleed mij aan in de slaapkamer. Het geluid versterkt en verplaatst zich langs de slaapkamer naar voren. Ik open de voordeur, die staat in de slaapkamer. Op twee meter afstand staat een groep gieren te trekken aan een kadaver. Ze schrikken als ze mij zien maar algauw gaan ze weer verder met hun maal. Ze maken ruzie onderling, jagen mekaar weg. Er is een pikorde, dat is duidelijk. Er zitten er ook in de bomen, loerend en wachtend tot ze aan de beurt zijn. Ik tel er 12! Ik pak mijn telefoon en ga ze filmen voor onze Flippost. Ik kan in eerste instantie niet onderscheiden welk bont ze te pakken hebben, maar als ik de kaak met voortanden zie dan herken ik het: een capibara, een bruinrood knaagdier dat in een hol in de grond woont. De zwarte gieren vliegen pas weg als er alleen gebit, bot en bont rest; ze kwijten zich goed van hun taak. Die avond heb ik contact met Mika. De capibara blijkt hun ‘mascota’, hun huisdier… ze woont met haar jong in het hol achter hun huis… Hoe verdrietig… De ochtend erop zie ik het jong in de tuin. Ik trek snel een foto voor hij/zij in de bosjes verdwijnt. Het jong lijkt al vrij zelfstandig of maak ik het mezelf wijs?

Deze slideshow vereist JavaScript.