Onze dag begint vroeg, maar het zit meteen tegen. De tricycle die we via Mika gereserveerd hebben, “zij is betrouwbaar”, komt niet opdagen en geeft geen gehoor op mijn belletjes. Mika is aan het gidsen en reageert niet, dus Fer loopt naar het centrum om een tricycle te halen. Vijftig minuten later staan we op het plein. De bus naar San Gil vertrekt vijf minuten later en stopt onderweg om een man met een enorme kist van piepschuim mee te nemen, een koelbox. Twee vrouwen met ieder een kind en een gezin worstelen zich over de box, niets aan de hand. Een oude vrouw gaat op de middenconsole zitten. Vijftig minuten later zijn we bij de busterminal in het centrum. “Wij moeten naar de externe busterminal” zeg ik. “Dat doen we niet meer” zegt de gezette chauffeur. Mika heeft ons op het hart gedrukt dat we dat moeten eisen en anders moet de buschauffeur onze taxi betalen. Ik heb helemaal geen zin in gedoe en geruzie voor 1,60 €. We stappen uit en pakken de eerste de beste taxi die het terrein op komt rijden. In de grote busterminal is het zoeken naar de eerstvolgende bus. Er zijn maar enkele ticketbalies open. We moeten volgens Mika de bus naar Tunja nemen, dat is richting Bogota; dat hadden wij zelf ook al gezien. Ik vraag bij verschillende baliemedewerkers. Er is er eentje maar die bus vertrekt pas om 13:30 uur. In de rij voor een eerdere bus dus. Het duurt erg lang en als ik eindelijk aan de beurt ben versta ik de volzinnen van de baliemedewerkster niet. Ik hou mijn oor tegen de gaatjes in het raam, maar ik kan er niets zinnigs van maken. De jonge vrouw achter mij schiet te hulp en richt zich tot de vrouw achter de balie. “Ja, Tunja, er komt nu een bus aan die doorrijdt naar Bogota.” Zelf moet ze ook die kant op, dat is handig! Ik probeer de blik van Fer te vangen maar die kijkt overal behalve mijn kant op. Ik verontschuldig me en loop naar hem toe voor overleg en betaalmiddelen. Als ik weer terug kom is de rij nog langer geworden, maar de jonge vrouw wuift me naar voren. Gelukkig! Ik betaal met Visa en moet allerlei dingen invullen en pinnen. Wachten, moeilijk, het lukt niet, tot 5 keer toe niet. Inmiddels is de bus al lang en breed gearriveerd en de chauffeur staat achter de balie te wachten. Ze wordt steeds nerveuzer en ik met haar. Uiteindelijk vraag ik of ik ook contant kan betalen. “Sí, efectivo es mas fácil” zegt ze, dat is veel gemakkelijker. Ik schuif gepast geld onder het raampje door en dan duurt het toch nog 3 minuten voor de tickets geprint zijn. Ik draaf naar Fer en de chauffeur staat al klaar om onze bagage onderin op te bergen. Oef, we zitten! We zijn vijftig minuten verder… Pas na 5 minuten vertrekt ie…, om 4 dorpen verder een kwartier te wachten…. Na drie uur rijden gaan we eruit voor de lunch en 30 minuten later rijden we weer verder. Nu rijdt er ook een andere chauffeur mee. Na de lunch val ik in slaap en word vlak voor Tunja wakker, net op tijd om bij de rotonde uit te stappen voor de volgende overstap. De chauffeur is verbaast dat we naar Villa en Leyva moeten… dan hadden we beter een uur eerder uitgestapt, in Arcabuco. Deze bus heeft een andere route genomen… even slikken. Een minibus en een taxi later staan we voor het grote hek dat toegang geeft tot ons appartementje. Het is nog even zoeken maar helemaal aan het eind van het Condominio Villa de Leyva komt een gezet meisje van een jaar of 11 ons tegemoet lopen. Carmen, haar moeder, loopt ons voor naar ons appartementje boven. Het zonlicht schijnt door het grote raam naast het bed, met uitzicht op groene heuvels met paarden. Heerlijk veel licht. Fijn!
Villa de Leyva is een koloniaal stadje op 2144 meter hoogte gesticht in 1572. In 1054 werd het stadje tot nationaal monument, Pueblo Patrimonio, verklaard teneinde de kenmerkende architectuur te behouden. Er wonen tegenwoordig een kleine 17.800 inwoners in groot Villa de Leyva. Volgens een inwoner wonen er nog maar een paar honderd dorpelingen in het oude centrum; verder zijn het allemaal hotels, iets van zo ’n 190.
We gaan gelijk op pad, het is 15 minuten lopen naar de Plaza Mayor. We lopen langs de grote weg naar het kruispunt, steken over en komen dan vanzelf in ‘el centro histórico’, te zien aan de dikke keien waarmee de straten geplaveid zijn. We slaan een zijstraat in. Mooi hier! Wit gekalkte huizen met houten balkonnetjes en rode dakpannen, typisch voor de oostelijke Andes. Maar op die ronde keien loopt het alles behalve lekker, ik ga maar op de stoep lopen. Inmiddels is het donker en we lopen een gezellige straat in waar de keien platter zijn, dat is veel fijner. We bereiken het plein. Wow, dat is echt bijzonder, heel anders dan de pleinen die we in Colombia gewend zijn. Geen bomen, geen perkjes, geen beplanting, geen paden. Alleen een hele grote leegte geplaveid met keien en ergens een fontein. De leegte wordt begrensd door sfeervolle restaurants, cafés, kruideniertjes en boutique hotels en trappen die leiden naar de kerk die, in tegenstelling tot wat we gewend zijn in Colombia, dicht is. We slenteren nog wat rond totdat we echt wat moeten eten, Fer heeft honger. We duiken een Asian Food-tentje in. Het ziet er niet heel gezellig uit maar de bowls zijn goed te doen. Gelukkig zijn we de eersten! Het druppelt in no time vol en met één kok en één kelnerin is het voor de rest van de gasten wachten geblazen. Een van de gasten loopt naar buiten en komt terug met flesjes bier en cola. Hier is het heel normaal om je drank te kopen in een supermarktje en het in het eethuis op te drinken, we hebben het al vaker gezien.
Nog ff een wijntje op het plein. Er is ‘música en vivo’ en we gaan aan het tafeltje zitten dat net vrijkomt. De zanger zingt in het Engels, Portugees en Spaans en vooral met het Spaans wordt voluit meegezonden door de drie vriendinnen op leeftijd aan het tafeltje naast ons. Ze zijn er met 2 honden, een labrador en een witte Highland West terriër en hebben plezier. Ze hebben verzoeknummers die de zanger met verve vertolkt. Een van de vrouwen, het baasje van de witte viervoeter, gaat ook een lied zingen. Ze heeft een mooie stem, zingt gedragen. Veel applaus ten spijt, ze houdt het bij een liedje. De witte terriër is jarig en ze zingen met z ’n vieren “cumpleaños feliz”, happy birthday; tot grote hilariteit van het terras doet de terriër ook mee. Als ze weggaan complimenteer ik de zangeres en we raken aan de praat. Ze komt wel eens in Amsterdam zingen en we wisselen telefoonnummers uit, je weet maar nooit. Morgen gaan ze naar de Laguna de Tota in het departement Paipa. Die laguna en het bergdorp Monguí hebben wij in Barichara van ons lijstje geschrapt. Maar niet getreurd: ik krijg een videofilmpje en foto’s van Sandra toegestuurd; het begin van een blijvende app-communicatie.
Het is een erg aangenaam stadje vol met winkeltjes, kruideniertjes en eetgelegenheden en we voelen ons superveilig, ook ’s avonds. We struinen door de straten van het oude centrum waar er voor de toeristen het een en ander te beleven is. Ook hier geen uithang- en reclameborden, geen happy hour en geen toeristenlokkers. Er staan twee jonge dames in lange gouden baljurken met baleinen voor het chocolademuseum; ze lokken ons met een snoepje naar binnen. Een al goud dat blinkt, een en al tierlantijntjes. Spiegels versterken het effect, rococo in kwadraat. Er staan wat oude machines en stempels tussen de rekken vol chocolade die in alle vormen en maten in goud met een extra glimkleur zijn verpakt. Wij zijn gek op chocolade! Maar de prijs doet ons de lust vergaan; neenee, daar doen we niet aan mee… La Paroquía Nuestra Señora del Rosario de Villa de Leyva, alias La Iglesia Matriz (moederkerk), is 4 keer per dag een mis lang open. Het is een mooie, eenvoudige kerk met een valse koepel, waarvan de bouw begin 1605 begon en 60 jaar heeft geduurd. Het altaar is goudkleurig en staat vol met beelden. In de volksmond wordt de kerk Catedral de Villa de Leyva genoemd, ondanks de relatieve eenvoud. Er is een mis bezig. Ik doe mijn ding en Fer staat buiten te wachten. Op weg naar huis komen we de vuilniswagens tegen. Zo mooi hebben we ze niet eerder gezien, compleet met afbeeldingen van de ‘schatten van Villa de Leyva’. Dat is nog eens leuk!
In Villa de Leyva is er een bezienswaardigheid die ik absoluut wil bezoeken: Casa Terracota. Elke touroperator biedt het aan in combinatie met Pozo Azules en El Desierto, de woestijn. De prijzen verschillen enorm, tussen de 50.000 en 120.000 pesos per persoon. Het huis van keramiek blijkt op 10 minuutjes lopen van ons appartementje; daar hebben we geen toer voor nodig. Na het ontbijt wandelen we er naartoe; het blijkt gesloten… Dan maar naar de Pozos Azules, de blauwe putten, dat is een klein uurtje verderop. We wandelen langs enorme huizen met dito tuinen. Verderop zijn er bouwvakkers aan ’t werk; er worden flinke kasten gebouwd. Met een ingenieuze constructie met houten palen en touw worden de kuipen met aangemaakt cement naar boven gehesen. Hoezo hijskraan?
We komen bij de entree. Er staat welgeteld één auto op de enorme parking. Het barretje/winkeltje is afgezet met kettingen en een jonge vrouw hangt op een soort toonbank en speelt op haar mobieltje. Ze komt voor de afscheiding staan. “Buenos días, dos entradas por favor.” Verveeld loopt ze naar de toonbank en ritst 2 tickets af. “En we willen graag wat eten” zeg ik. Ze wijst naar de mini-‘bocadillos’ in de vitrine. We kopen er nog wat fris bij en gaan aan een tafeltje zitten op het grote, lege terras. De ‘broodjes’ zijn van guave-gelei met een witte substantie ertussen, zoete meuk. Nou ja, we kunnen er weer even tegenaan. We volgen het brede pad tussen de dennenbomen naar beneden en de eerste pozo dient zich aan. De pozos azules bestaan uit plassen met helder blauw water, al blijkt dat laatste niet voor elke put te gelden. Het is een uitgezette wandeling langs negen meertjes, de ene mooier dan de andere. Niet spectaculair, maar wel aangenaam en we zijn weer aan onze beweging toegekomen, heel belangrijk na een dag bussen.

We hebben allebei een afspraak voor de kapper, ik bij schoonheidssalon Somi en Fer bij de barbier ernaast. Het is er druk; er worden nagels gelakt, wimpers geplakt en wat dies meer zij. Ik moet nog een half uur wachten. Dat doe ik bij de mannenkapper; het is altijd een genot om te zien hoe nauwkeurig het er aan toe gaat bij die jongens. Deze knul is een half uur bezig, erg lang voor een coupe bij Fer. We zijn benieuwd naar el precio. Die valt reuze mee: 18.000 pesos, nog geen 5 €, daar kan wel een fooitje bij. We lopen gelijk naar de dameskapper. Ze is net klaar met het wassen van de geblondeerde haren van een meisje. Ik heb me goed voorbereid en gewapend met 2 foto’s neem ik plaats voor de kappersspiegel. Zonder het te wassen rost ze door mijn grijze haardos. Ze knipt en snijdt geroutineerd met de scherpe schaar en binnen een kwartiertje is ze klaar. Zonder controle en nee, voor het epileren van mijn wenkbrauwen heeft ze geen tijd. Ze kwast mijn nek en haalt de zwarte schort weg. Ik sta op en haal mijn vingers door mijn haar om de losse haren weg te werken. Ik krijg wat mousse in mijn rechterhand gespoten om het zelf ff te modelleren en zet mijn bril op. Het ziet er goed uit vindt ook Fer. En voor 18.000 pesos heb ik een kort koppie! Had ik veel eerder moeten doen. Thuis kom ik erachter dat het rechts langer is dan links… Moet ik ermee terug? Mijn lief vindt het wel wat hebben, die asymmetrie, dus ik laat het maar zo.
Het is dinsdag en Google maps geeft ook vandaag aan dat Casa Terracota open is. We wagen weer een poging. Dit keer staat er een bewaker. Hij is in gesprek met een Amerikaanse vrouw die speciaal voor deze attractie uit Bogota is komen bussen, 4 uur lang. Het blijkt gesloten en morgen vliegt ze terug naar Miami. Ze vraagt of ik Spaans spreek en de wachter het een en ander wil uitleggen. Dat is een aardige en beleefde man van een jaar of 46. Hij begrijpt het probleem maar maandag, dinsdag en woensdag is la casa gesloten en dan rust het personeel; er is niemand aanwezig. De gekleurde twintiger vindt dat híj haar toch kan binnenlaten? Kan ie de eigenaar niet bellen? Ze blijft herhalen dat ze er speciaal voor naar Villa de Leyva gekomen is, maar het helpt geen ene malle
moer. Dat had ik haar ook wel op een briefje kunnen geven. Als wij aftaaien begint ze weer helemaal opnieuw. Chapeau voor de bewaker, wat een geduld. Misschien vindt ie het ook wel fijn… heeft ie wat aanspraak van een mooie vrouw.
Er zijn thermen in de buurt, Termales La Portada de la Villa, en Hector, de man van Carmen, wil ons wel brengen. Er is een tijdslot en mijn reservering is niet bevestigd omdat de betaling er niet doorheen kwam. Half drie zet ie ons voor de receptie af. “Sí, y no…” We krijgen een wit armbandje om en een blauw papieren mutsje in onze handen gedrukt. We mogen doorlopen maar pas om 16:00 uur de warme wateren in. Na een kronkelig geplaveid pad tussen de palmen zien we onderaan een brede trap de eerste baden liggen. Dat ziet er mooi uit! We gaan verder op verkenning. Het is een klein complex met 7 baden, een bar en een restaurant. Ik bestel een limonada de coco, Fer gaat voor de natural, en we settelen ons aan een tafeltje in het groene gras. Al gauw worden we helemaal lek geprikt… de mampira’s (knutjes) zijn bloeddorstig. We verhuizen naar een tafeltje bij het vijfde en zesde bad, rechttoe rechtaan tegen mekaar geplakt. Een dik half uur later voegen we ons bij de andere badgasten. Een Colombiaans-Brits gezin met kleuter compleet met ouders en schoonouders liggen hier al een uur in het water. De schoonouders zijn nieuwsgierig en we raken aan de praat. Ze zijn van origine Brits maar wonen al jaren in Spanje. Nu zijn ze uitgenodigd bij de ouders van hun schoondochter en dat is niet bepaald een straf. Hij begint over ‘home exchange’ te vertellen; op die manier reizen ze over de hele wereld, in huizen die ze nimmer of te nooit kunnen betalen. Heerlijk lijkt me! We poedelen nog wat rond en verhuizen naar de andere baden onderaan de trap. Deze vier baden zijn sfeervol vormgegeven en hoog ommuurd met grote keien. Bij het eerste badje spuit er water uit de mond van een dinosaurus. Leuk voor even, maar daarna toch snel het warme water in de andere baden opzoeken. Het gaat er hier heel relaxt aan toe. Vriendinnen nippen aan hun cocktail, geserveerd in grote kelken van doorzichtig melanine. Een grote familie waarvan de opa’s en oma’s aan een tafeltje zitten, bestelt eten. De kinderen en kleinkinderen hoppen de baden uit als de kelners met de schotels aankomen. Dit doen ze vaak, met de hele familie op pad. We zitten gezellig te kletsen als we door een van de stewards gemaand worden uit het bad te komen, onze tijd zit erop. Een heerlijke middag!


Het is inmiddels donderdag en om 13:00 uur moeten we uitchecken. Alles is al gepakt en we hebben genoeg tijd om nog Casa Terracota te bezoeken. Na de ‘jugo de piña’, de verse ananassap die Carmen ons elke ochtend om 9 uur brengt, gaan we op pad. De bewaker herkent ons en zwaait vriendelijk. We lopen het terrein op en voorbij de begroeiing zien we de keramieken woning. WOW!!! Octavio Mendoza Morales, architect en keramist, wilde graag alternatief wonen in harmonie met zijn omgeving. Geïnspireerd door de oorspronkelijk bebouwing van Villa de Leyva, waar hij als kind vaak met vakantie was, heeft ie het Casa Terracota ontworpen en gebouwd met de vier elementen: aarde, lucht, water, vuur. Circulaire bouw avant-la-lettre, uitgevoerd met een inventiviteit waar je U tegen zegt. Het project heeft 5 jaar geduurd en vele disciplines hebben eraan meegewerkt. Het enorme huis is kamer voor kamer geconstrueerd en in brand gestoken – keramiek moet je tenslotte bakken…. Octavio heeft er een aantal jaren gewoond en veel nieuwsgierige mensen kwamen een kijkje nemen. Het gebrek aan privacy en zijn gezonde weerstand tegen een hoog hek deden hem besluiten om er een toeristisch attractie van te maken. Hij bouwde op het grote terrein nog een mini versie voor zichzelf en stelde Casa Terracota open voor de wereld.
We lopen langzaam de hele woning rond, het dak op en als laatste naar binnen. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Alles is afgerond in dit koele huis: de muren, het meubilair, de trappen, de ramen. Lampen, ramenroosters, vensterglas, kleurige mozaïek tegeltjes, alles is gerecycleerd en er zijn veel natuurlijke materialen gebruikt. De aanrecht, kastjes, oven, tafel, banken, allemaal keramiek en mozaïek. De vier slaapkamers met badkamers en suite, allemaal tot in detail uitgewerkt en gedecoreerd. We krijgen er maar geen genoeg van. Een jonge, belezen bewaker wijst ons op het kleine huisje verscholen achter het groen. De kunstenaar woont tegenwoordig in Amerika en gebruikt la casita als een ‘pied-à-terre’. De eenvoudige lay-out is ook hier verbluffend afgewerkt. Kunst in de breedste zin van het woord, Inspirerend!
Terug bij het appartement nemen we afscheid van Carmen en dochter Carolina. Hector brengt ons naar de busterminal. We schudden stevige handen, “Siempre bienvenidos” zegt ie. “Hasta la vista”, we zwaaien en lopen naar de balie voor een bus naar Zipaquirá, onze laatste plek voor vertrek uit Colombia.